Je korte termijn-geheugen kan maar een een beperkte hoeveelheid informatie aan. Op het moment dat dit geheugen vol zit blokkeert het als het ware. 

De kern van de Cognitive Load Theory (CLT) is gebaseerd op verschillende aannames over hoe de hersenen werken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het werkgeheugen (kortetermijngeheugen) en het langetermijngeheugen. Simpel gesteld: in het werkgeheugen  past slechts een kleine hoeveelheid informatie (zie het werkgeheugen). Op het moment dat dit geheugen vol zit blokkeert het als het ware. Er is tijd nodig om de informatie naar het langetermijngeheugen over te zetten, en pas dan komt er weer ruimte in het kortetermijngeheugen.

De mate waarin informatie belastend is, hangt af van verschillende dingen, zoals hoe complex het is (oppervlakkige vs diepgaande denkprocessen) en de hoeveel voorkennis je er van hebt. Zo worden er in het langetermijngeheugen schema’s gemaakt waarin nieuwe informatie wordt toegepast, die je kunt aanspreken als er relevante informatie voorbij komt. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom je als expert in een onderwerp veel sneller nieuwe dingen kunt leren, dan wanneer je een beginner bent (zie differentieer tussen beginners en experts). Hieronder 7 manieren om rekening te houden met de cognitieve belasting:

  1. Werk met uitgewerkte voorbeelden. Door uitgewerkte voorbeelden te laten zien belast je het werkgeheugen minder zwaar, omdat de oplossing(sprocedure) alleen maar gevolgd en begrepen, en niet ontdekt, hoeft te worden. Dit heet het Worked example effect.
  2. Sluit aan bij de voorkennis. Door aan te sluiten bij de aanwezige voorkennis, blijft er meer denkruimte over om nieuwe informatie te verwerken en op te slaan. Dit heet het Element interactivity effect.
  3. Bouw de ondersteuning af. Bij beginners is een meer uitgebreide instructie effectief, maar naarmate leerlingen vaardiger worden kan dit belemmerend zijn. Maak onderscheid tussen beginners en experts. Dit heet het Expertise reversal effect.
  4. Let op met onnodige informatie. Extra informatie kan leuk zijn, maar ook het werkgeheugen erg belasten. Vermijd dit door het bijvoorbeeld na het instructiedeel te benoemen. Dit heet het Redundancy effect.
  5. Combineer informatie met elkaar. Combineer waar mogelijk informatie met elkaar, bijvoorbeeld door een voorbeeld én de stappen daarbij in één keer te laten zien. Op die manier hoeft het brein niet continu schakelen. Dit heet het Split-attention effect.
  6. Geef informatie auditief én visueel. Doordat de informatie op twee manieren het brein binnenkomt, (dual coding) is het makkelijk om het te begrijpen én te onthouden. Dit heet het Modality effect.
  7. Moedig visualisatie aan. Doordat informatie te visualiseren wordt het beter opgeslagen in het brein. Op die manier kan het beter worden onthouden én opgeroepen. Dit heet het Imagination effect.

Klik om de poster te downloaden.