Geheugensteuntjes helpen je om informatie beter te onthouden.

Ze werken doordat je nieuwe informatie koppelt aan informatie uit het lange termijn geheugen. Er zijn veel verschillende soorten geheugensteuntjes, waaronder: de method of loci, kapstop methode, keyword method, letter strategieën, ezelsbruggetjes zoals ’t kofschip en TV-TAS, of een woord onthouden middels een fysieke sensatie: kou voelen bij het woord koud.

Twee soorten geheugensteuntjes die goed bleken te werken in onderzoek:

1) Method of loci: Dit wordt in het Nederlands ook wel ‘het geheugenpaleis’ genoemd. Het idee is dat je een route of kamer inbeeld die je super goed kent. Je loopt mentaal dus bijvoorbeeld door je huis, richting school of je staat in je eigen kamer. Vervolgens koppel je de informatie die je moet onthouden aan bepaalde plekken of spullen die je onderweg tegenkomt. Hoe gekker de situatie, hoe beter je ze zult onthouden. De Method of Loci is vooral effectief bij het leren van feitjes en woorden en is erg effectief gebleken. (zie afbeelding (Dresler, et al., 2017)).

2) Keyword method: Deze methode is vooral handig om te gebruiken wanneer je woordjes uit een andere taal moet leren. Bij deze methode maak je een mentale afbeelding te maken van een woord, of een gerelateerd woord . Aangezien je een mentaal plaatje bij woorden moet maken, is deze methode is vooral effectief bij woorden die goed in te beelden zijn. Wanneer woorden moeilijk in te beelden zijn, zoals religie, kan het helpen om een woord te bedenken dat wel makkelijk in te beelden is en een associatie heeft met het te leren, zoals kerk in dit geval.

Geheugensteuntjes zijn vooral handig om te gebruiken met het leren van feiten en woorden. Vaak is het handig als leerlingen de geheugensteuntjes zelf bedenken omdat ze het dan beter onthouden. Maar sommige al bekende geheugensteuntjes zijn juist gemakkelijk om te gebruiken, omdat deze vaak voor de hand liggen, denk aan ’t kofschip, of TV-TAS. Maak leerlingen dus bekent met bovenstaande of andere geheugensteuntjes. Of probeer bijvoorbeeld de methode van loci in de klas uit te voeren. Laat leerlingen bijvoorbeeld eerste binnen vijf minuten een lijst woordjes onthouden. Leg ze daarna de Method of Loci uit en laat ze nog eens een vergelijkbare lijst woordjes onthouden. Zo kunnen leerlingen ervaren dat de methode werkt.

Bronnen

Amiryousefi, M., & Ketabi, S. (2011). Mnemonic instruction: A way to boost vocabulary learning and recall. Journal of Language Teaching and Research, 2(1), 178.

Campos, A., Amor, A., & González, M. A. (2004). The importance of the keyword-generation method in keyword mnemonics. Experimental Psychology, 51(2), 125-131.

Dresler, M., Shirer, W. R., Konrad, B. N., Müller, N. C. J., Wagner, I. C., Fernández, G., Greicius, M. D. (2017). Mnemonic Training Reshapes Brain Networks to Support Superior Memory. Neuron, 93(5), 1227–1235.e6. doi:10.1016/j.neuron.2017.02.003

Legge, E. L., Madan, C. R., Ng, E. T., & Caplan, J. B. (2012). Building a memory palace in minutes: Equivalent memory performance using virtual versus conventional environments with the Method of Loci. Acta psychologica, 141(3), 380-390.

McCabe, J. A. (2015). Location, location, location! Demonstrating the mnemonic benefit of the method of loci. Teaching of Psychology, 42(2), 169-173.

Richmond, A. S., Cummings, R., & Klapp, M. (2008). Transfer of the method of loci, pegword, and keyword mnemonics in the eighth grade classroom. Researcher, 21(2), 1-13.

Scruggs, T. E., Mastropieri, M. A., Berkeley, S., & Graetz, J. E. (2010). Do special education interventions improve learning of secondary content? A meta-analysis. Remedial and Special Education, 31(6), 437-449.

Scruggs, T. E., Mastropieri, M. A., Berkeley, S. L., & Marshak, L. (2010). Mnemonic strategies: Evidence-based practice and practice-based evidence. Intervention in School and Clinic, 46(2), 79-86.

Klik om te vergroten.