Kennis en vaardigheden zijn contextgebonden en dus moeilijk overdraagbaar naar een andere context.

We maken bij het leren contextgebonden schema’s  van kennis en vaardigheden aan in ons langetermijngeheugen. Deze schema’s worden aangesproken op het moment dat we binnen diezelfde context iets moeten ondernemen. Worden de omstandigheden anders, dan blijven de kennis en vaardigheden (deels) achter: deze zijn dus lastiger op te halen bij een andere context. Dit maakt dat het zo kan zijn dat een leerling een bepaalde formule bij Wiskunde goed kan oplossen, maar met diezelfde formule moeite heeft bij Natuurkunde. Hoe moeilijker iets is, hoe moeilijker de transfer. Leerlingen hebben ondersteuning nodig bij het overdragen van die kennis en vaardigheden, bijvoorbeeld door hen de overeenkomsten duidelijk te maken en ook te oefenen met toepassen van de kennis en vaardigheden.