Leg een link tussen nieuwe informatie en dingen die je al weet.

Probeer bijvoorbeeld te bedenken waar je iets hebt gezien of gehoord. Bedenk iets bekends (voor jou) waar het op lijkt. Op die manier zie je het voor je en begrijp je de informatie beter. Omdat je zo actief een beeld van de informatie creëert, sla je het ook beter op in je langetermijngeheugen.

Stel jezelf vragen tijdens het studeren – hoe werken dingen, hoe steken dingen in elkaar en waarom werken ze zo? Zoek vervolgens de antwoorden op in je studiemateriaal en bespreek de antwoorden met je klasgenoten. Terwijl je het studiemateriaal verwerkt, leg je verbanden tussen verschillende ideeën. Je kunt vervolgens uitleggen hoe ze verbonden zijn en op elkaar inwerken. Neem twee ideeën en onderzoek hoe ze verschillen en hoe ze op elkaar lijken. Beschrijf hoe de leerstof overeenkomt of verschilt met eigen ervaringen en herinneringen. Probeer in de loop van de dag zelf verbanden te leggen met wat je leert op school.

Poster

Bronnen
Brown, P. C., Roediger III, H. L., & McDaniel, M. A. (2014). Make It Stick. The Science of Successful Learning. The Journal of Educational Research, 108(4), 346.

http://www.learningscientists.org/