Een leerpiramide om aan te geven hoe we dingen het beste onthouden. Zowel de inhoud als cijfers zijn daarbij verzonnen en lijkt niet op het oorspronkelijke onderzoek.

In 1946 schreef Edgar Dale een boek over media in het onderwijs, wat in 1954 en 1969 is herzien. In dit boek stelde hij de cone of experience (ervaringskegel) voor, waarmee hij verschillende types van indirect leren samenvatten en deze op volgorde zet van concreet (onderaan, zoals ervaringen uit de eerste hand) tot abstract (bovenaan, zoals teksten die zijn opgebouwd uit symbolen). Daarbij benadrukte Dale dat de kegel een visuele metafoor is van leerervaringen, waarin diverse type audiovisueel materiaal worden gerangschikt in volgorde van stijgende abstractheid, waarbij je vertrekt vanuit rechtstreekse ervaringen. Daarbij waarschuwde hij ervoor de kegel niet als een onbuigzame indeling te zien.

Door de jaren heen is deze kegel veranderd naar de nu bekende ‘leerpiramide’, waarop didactische labels en cijfers of percentages staan die nooit op de oorspronkelijke kegel stonden. De piramide is afgeleid van de kegel, maar is compleet verzonnen. Daarnaast klopt deze inhoudelijk ook niet: er is bijvoorbeeld geen bewijs dat we iets wat we horen slechter onthouden dan iets wat we zien, al is het maar omdat dit afhankelijk is van verschillende factoren.

Wel geloven we iets sneller als er een afbeelding bij staat (truthiness), ironisch genoeg zoals in het geval van de piramide zelf. Maar dat zegt dus nog niks over het leerrendement

Bronnen
De Bruyckere, P., Kirschner, P. & Hulshof, C. (2016). Jongens zijn slimmer dan meisjes: 35 mythes over leren en onderwijs. Amsterdam, Nederland: Lannoo Campus | Anderz.

Klik om te vergroten.
Klik om te vergroten.