Peerfeedback is vooral voor de gever leerzaam en is niet altijd correct.

Bij peerfeedback geven leerlingen elkaar feedback op elkaars werk, gedrag of prestatie. De feedback wordt meestal aan de hand van een aantal beoordelingscriteria gegeven. Uit onderzoek blijkt dat peerfeedback erg effectief is voor de leerprestaties, maar vaak niet correct is (Hattie & Timperley, 2007). Degene die feedback geeft heeft namelijk relatief veel domeinkennis nodig omdat hij meer in de rol van expert gaat, maar deze kennis heeft hij of zij vaak niet. Doordat deze kennis vaak wordt overschat, is de feedback vaak niet effectief (Zundert, Sluijsman & Merriënboer, 2010) (zie ook differentiëren tussen beginners en experts).

Wel blijkt dat het geven van peerfeedback leerzaam is in de volgende vormen (Nicol, 2011):

  • Actief leren — Wanneer leerlingen feedback krijgen van docent of medeleerling, hebben ze een passieve rol. Wanneer ze feedback geven hebben ze een actieve rol. Het formuleren van feedback is een ander cognitief proces dan het lezen van gekregen feedback.
  • Actief gebruiken van criteria — Bij het geven van peerfeedback moeten leerlingen actief oordelen over kwaliteit in relatie tot de criteria. Doordat zij dit moeten onderbouwen worden ze gedwongen na te denken over de criteria. Dit is effectiever dan kennisnemen van gedeelde criteria.
  • Wederkerigheid — Leerlingen worden leerbronnen voor elkaar. Ze lezen werk van elkaar en zien hoe andere leerlingen dingen aanpakken. Ze zien dat er niet één goed antwoord is, kwaliteit kent vele gezichten. Daarbij hebben leerlingen door het geven en krijgen van peerfeedback een verantwoordelijkheid naar elkaar. Ze zijn verantwoordelijk voor het beoordelen van het werk van anderen, maar ook het toepassen op hun eigen werk.
  • Domein-expertise — Door regelmatig te moeten oordelen over verschillend werk van verschillende medeleerlingen ontwikkelingen leerlingen een bredere kennis doordat ze de rol van de expert innemen.
  • Leren van elkaar — Wanneer leerlingen gewend raken aan het werken met peerfeedback, kan dit de sociale cohesie versterken en van de groep een leergemeenschap maken.
  • Zelfevaluatie versterken — Kritisch naar werk van anderen kijken is makkelijker dan kritisch naar eigen werk te kijken. Toch is het één en dezelfde vaardigheid. Wanneer leerlingen gewend zijn om te oordelen over werk en hierbij criteria te gebruiken, worden ze ook beter om kritisch te oordelen over eigen werk.

Om peerfeedback effectief te laten zijn, zou het de volgende elementen moeten bevatten (Popta, 2019):

A. Evaluatief oordeel: De leerling geeft een oordeel
B. Verbetersuggestie: De leerlingen geeft een verbetersuggestie; wat had de klasgenoot beter kunnen doen?
C. Verklaring: De leerling geeft een verklaring voor zijn oordeel of suggestie.
D. Theoretisch concept: De leerling gebruikt relevante theorie om zijn verklaring te onderbouwen.

Bronnen

https://www.vernieuwenderwijs.nl/peerfeedback/

Pearce, J., Mulder, R., & Baik, C. 2009. Involving Students in Peer Review: Case Studies and Practical Strategies for University Teaching. Melbourne: Centre for Study of Higher Education.

Nicol, D. (2011). Developing Students’ Ability to Construct Feedback. QAA Scotland, Enhancement Themes.

Zundert, M. van, Sluijsmans, D., & Merriënboer, J. van. (2010). Effective peer assessment processes: Research findings and future directions. Learning and Instruction, 20(4), 270-279.

Popta, E. (2019). De kracht van online peerfeedback. Presentatie opgevraagd op 4-4-2019 van: Congres Toetsing en Examinering in het hoger onderwijs 2019.