De mogelijkheid om de eigen emoties en cognitieve processen te sturen die nodig zijn voor doelgerichte acties zoals het organiseren van gedrag, beheersen van impulsen en constructief oplossen van problemen. 

Zelfregulatie is nauw verbonden aan de zogenoemde ‘executieve functies’. Soms worden deze termen zelfs als synoniem gebruikt, maar dat is niet correct: het overlapt slechts met één functie (respons-inhibitie (impulscontrole)). Zelfregulatie bestaat uit cognitieve regulatie, emotieregulatie en gedragsregulatie. Deze factoren beïnvloeden elkaar (Murray et al., 2015). Cognitieve- en emotieregulatie beïnvloeden elkaar wederzijds, en vormen als het ware de bouwstenen voor gedragsregulatie.

Diverse factoren hebben invloed op in hoeverre iemand zelfregulerend kan zijn. Dit hangt bijvoorbeeld samen met leeftijd, opvoeding (‘co-regulatie’), traumatische ervaringen, ontwikkelingsvertraging van de hersenen zoals bij ADHD, interne doelen en waarden met daaruit voortkomende intrinsieke motivatie.

Zelfregulerend leren is voor leerlingen en studenten ontzettend lastig en wordt vaak gesimplificeerd. Wel kun je aan het zelfregulerend vermogen van leerlingen werken door bijvoorbeeld het geven van effectieve feedback, het aanleren van leerstrategieën en door modelling toe te passen.

medium

Klik om te vergroten.